Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016

Onder 5.4. College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:305.

Voor zover appellant de uitleg heeft bestreden die de accountantskamer in overweging 4.4.4 van de bestreden uitspraak heeft gegeven van het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD2774), overweegt het College dat het in zijn uitspraak van 5 november 2015 (ECLI:NL:CBB:2015:363) heeft overwogen dat de verplichting tot het doen van een melding als bedoeld in artikel 16 van de Wwft niet slechts bestaat wanneer er concrete aanwijzingen bestaan dat sprake is van witwassen of het financieren van terrorisme. Artikel 16 van de Wwft heeft een (veel) ruimere strekking: iedere ongebruikelijke transactie behoort te worden gemeld. Blijkens de Indicatorenlijst, die als bijlage bij het Indicatiebesluit is opgenomen, is daarvan reeds sprake als er aanleiding is te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen of financiering van terrorisme. Daarvoor is een vermoeden reeds voldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4, en de alinea staat in dat document op bytes 16874 tot 17808.