Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016
Onder 7.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:305.
Het College is met de accountantskamer van oordeel dat niet gebleken is dat appellant – zeker nadat hij van de jegens zijn cliënte gerezen verdenkingen op de hoogte raakte – aandacht heeft geschonken aan de bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen die het zonder meer voortzetten van de cliëntrelatie met zijn cliënte (en haar vennootschappen) zou kunnen opleveren. Evenmin is gebleken dat appellant zijn afwegingen om met betrekking tot een hem ter kennis gekomen transactie wel of niet aan de ingevolge de Wwft op hem rustende meldingsplicht te voldoen, heeft vastgelegd. Voor zover appellant in dit verband heeft aangevoerd dat hij diverse vastleggingen in ‘CaseWare’ heeft gedaan, waaruit de toepassing van het conceptueel raamwerk blijkt, maar de onderzoekers van BFT tijdens hun onderzoek niet naar deze informatie hebben gevraagd, overweegt het College dat appellant ten tijde van het onderzoek gevraagd en ongevraagd alle gegevens met betrekking tot de naleving door hem van de Wwft over had behoren te leggen. Appellant heeft dat niet gedaan. Overigens heeft hij deze informatie in hoger beroep niet alsnog overgelegd. Aan de notities (verslagen van een gesprek met [naam 4] naar aanleiding van het politieonderzoek, van het politieverhoor en van het beëindigen van de cliëntrelatie), die appellant in een laat stadium heeft overgelegd, komt niet de betekenis toe die appellant daaraan toekent. Door deze notities niet in het dossier vast te leggen maar, naar gesteld, elders te bewaren, waarvan hij tegenover de onderzoekers van BFT evenmin melding heeft gemaakt, heeft hij niet gehandeld in overeenstemming met hetgeen waartoe een accountant op grond van de fundamentele beginselen en de Standaarden is gehouden. Een dossier impliceert een consistente structuur en een samenhangend overzienbaar geheel van gegevens; appellant is op dit punt tekortgeschoten. Door het tekortschieten van appellant in de vastlegging valt niet op de voorgeschreven wijze vast te stellen of hij de vorenbedoelde afwegingen heeft gemaakt op het moment dat hij dat had moeten doen en moet bij gebreke van enig bewijs van het tegendeel worden aangenomen, dat hij ook in dat opzicht tekort is geschoten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4, en de alinea staat in dat document op bytes 24207 tot 26442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4 | shasum -a 256