Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Onder 2.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313.
Naar het oordeel van de rechtbank faalt de beroepsgrond van appellante dat zij geen orders heeft ontvangen en doorgegeven met betrekking tot genoemde deelnemingsrechten. Appellante heeft een bemiddelingsovereenkomst gesloten met [naam 6] ( [naam 6] ), waarbij is overeengekomen dat appellante zal bemiddelen bij de werving en toetreding van nieuwe vennoten voor [naam 3] , alsmede dat [naam 6] aan appellante een bedrag van € 2.800 is verschuldigd, zodra een door appellante aangedragen partij de kapitaalstorting aan [naam 3] heeft voldaan. Appellante heeft voor meerdere nieuwe vennoten via de beherend vennoot van [naam 3] deze provisie ontvangen. Appellante heeft haar stelling dat nieuwe vennoten voor [naam 3] alleen door (werknemers van) [naam 7] B.V. ( [naam 7] ) werden aangedragen, niet aannemelijk gemaakt. Deze stelling valt niet te rijmen met onder meer een verklaring van appellantes enig aandeelhouder en bestuurder [naam 2] van 1 december 2011, het e-mailbericht van de beherend vennoot van [naam 3] van 15 februari 2012 en e-mailberichten van [naam 9] van 29 februari 2012, 5 april 2012 en 18 mei 2012, waaruit kan worden opgemaakt dat namens appellante potentiële beleggers zijn benaderd, alsmede aan haar gerichte inschrijfformulieren werden ontvangen en namens haar zijn doorgestuurd naar (de bewaarder van) [naam 3] . De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van appellante dat deze activiteiten niet namens haar kunnen zijn verricht, reeds nu uit voormelde verklaring van [naam 2] kan worden opgemaakt dat hij deze activiteiten namens appellante heeft verricht, uit een bankgarantie blijkt dat appellante kantoorruimte huurde en uit het jaarverslag 2011 van appellante blijkt dat appellante een inventaris van € 4.581 had en € 2.590 aan telefoon- en internetkosten heeft gemaakt. Ook de stelling van appellante dat de bemiddelingsovereenkomst uitsluitend op haar naam is gesteld vanwege onenigheid tussen de directeuren van [naam 7] , leidt niet tot een ander oordeel. Deze stelling is op geen enkele wijze onderbouwd en laat onverlet dat appellante zelf beleggingsdiensten heeft verleend, althans dat die gedragingen aan haar zijn toe te rekenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894, en de alinea staat in dat document op bytes 10264 tot 12473.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894 | shasum -a 256