Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Onder 4.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313.
Appellante voert aan dat zij ten tijde van belang niet in staat is geweest potentiële cliënten te benaderen en inschrijfformulieren te ontvangen en door te geven, omdat zij geen personeel in dienst had. (Ook) [naam 2] was toen in dienst van [naam 7] . Daar komt bij dat de activa van appellante ontoereikend waren om dergelijke activiteiten te ondernemen. De activiteiten zijn uitsluitend door (medewerkers van) [naam 7] verricht. Dat de overeenkomst is gesloten tussen appellante en [naam 6] had te maken met onenigheid tussen de directeuren van [naam 7] . [naam 2] , één van die directeuren, heeft appellante uitsluitend gebruikt als juridisch vehikel. In dat licht dienen de verklaringen van [naam 2] en [naam 9] te worden gezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894, en de alinea staat in dat document op bytes 17718 tot 18471.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894 | shasum -a 256