Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016

Onder 4.4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313.

Appellante heeft in een periode van zes weken in totaal voor drie cliënten orders van in totaal negen participaties van € 10.000 ontvangen en doorgegeven. Van incidentele financiële dienstverlening is geen sprake geweest. Bovendien heeft appellante per participatie een provisie van € 2.800 ontvangen. Het College deelt derhalve het oordeel van de rechtbank dat appellante in dit geval heeft gehandeld in de uitoefening van een bedrijf. De tekst van, noch de toelichting bij, de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de Wft biedt steun voor de door appellante voorgestane striktere uitleg van de term “bedrijf”. Deze grief van appellante faalt eveneens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894, en de alinea staat in dat document op bytes 22791 tot 23501.