Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Onder 6.1.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313.
Appellante voert aan dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien de boete van € 100.000 te verminderen vanwege de beperkte duur van de overtreding en het in haar ogen geringe voordeel. Naar aanleiding van de overweging van de rechtbank dat appellante blijkens het e-mailbericht van [naam 9] van 29 februari 2012 eerst haar beleggingsdiensten heeft gestaakt nadat AFM haar bij brief van 8 februari 2012 had medegedeeld dat het vermoeden bestond dat zij artikel 2:96 van de Wft had overtreden, merkt appellante op dat zij tijd nodig heeft gehad om genoemde brief van AFM te beoordelen en dat zij na 1 januari 2012 niet meer heeft bemiddeld in participaties [naam 3] . Voorts wijst appellante erop dat zij slechts voor een bedrag van € 26.470,58 aan provisies heeft ontvangen, waarvan maar € 17.000 van Nederlandse cliënten. Volgens appellante moeten op deze omzet de kosten nog in mindering worden gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894, en de alinea staat in dat document op bytes 24113 tot 25054.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91f44f1bba9553accf915575c6e7cb233f6c4f697db15fa0bed993d7cab4894 | shasum -a 256