Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 oktober 2016

Onder 1.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 oktober 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:341.

Ter zake van klachtonderdeel 2 merkt de accountantskamer subsidiair op dat klager zich reeds in klacht I hierover heeft beklaagd, en dat op zijn grief tegen de ongegrondverklaring van deze klacht door het College afwijzend is beslist. Klachtonderdeel 2 is ook daarom niet‑ontvankelijk. Meer subsidiair is de accountantskamer van oordeel dat voor zover klachtonderdeel 2 toch ontvankelijk zou moeten worden geacht, dit ongegrond is omdat ook al zou het standpunt van klager juist zijn dat uit de brief van het Openbaar Ministerie van 15 april 2014 blijkt dat de strafrechtelijke aangifte door de KBvG “ten onrechte” is gedaan, geen rechtsregel zich ertegen verzet dat het BFT informatie waarover zij beschikt, zonder de juistheid daarvan te onderzoeken, inbrengt in een tuchtrechtelijke procedure waarin klager zich als beklaagde kon verweren. Daarbij merkt de accountantskamer op de sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie aldus te begrijpen, dat het, gezien de ernstige persoonlijke gevolgen door het gebeurde voor klager, het niet opportuun achtte klager ook strafrechtelijk te vervolgen. Hieruit volgt volgens de accountantskamer dus niet dat de KBvG “ten onrechte” aangifte zou hebben gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32fa254327fd3a8b75e65c35d43bdbcec017a0a107975eda793596de6e49a146. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32fa254327fd3a8b75e65c35d43bdbcec017a0a107975eda793596de6e49a146, en de alinea staat in dat document op bytes 20741 tot 21964.