Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016

Alinea 80 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:351.

19. Het College overweegt als volgt. Aangezien [naam 1] op 26 oktober 2012 aan DNB heeft bericht over een emissie V waarvan de obligaties al op 1 november 2012 verkrijgbaar zouden worden gesteld, en dit van de zijde van [naam 1] ook op 29 oktober 2012 is bevestigd, is daarmee destijds duidelijk geworden dat [naam 1] op korte termijn nieuwe gelden wilde aantrekken. Daarnaast is op 29 oktober 2012 voldoende aannemelijk geworden dat bestaande en potentiële crediteuren van [naam 1] het risico liepen hun ingelegde en nog in te leggen gelden niet terug te krijgen. Dat risico heeft DNB gebaseerd op gerede twijfels over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de zijde van [naam 1] . [naam 1] heeft DNB op 26 oktober 2012 slechts bericht over een emissie V, terwijl DNB vervolgens op die datum op de website van [naam 1] de aankondiging van een emissie IV, waarvan de obligaties ook per 1 november 2012 verkrijgbaar zouden worden gesteld, heeft aangetroffen Daarnaast hebben [naam 6] en [naam 2] , beiden middellijk bestuurders van [naam 1] , in hun individuele gesprekken met DNB op respectievelijk 24 september 2012 en 12 oktober 2012 nog desgevraagd verklaard dat er geen concreet voornemen tot een nieuwe emissie bestond, terwijl niet in geschil is dat zij ten tijde van hun verklaringen wisten dat de voorbereidingen voor nieuwe emissies in gang waren gezet. Genoemd risico bleek voorts te zijn gebaseerd op aanwijzingen over een zorgelijke financiële positie van [naam 1] . Weliswaar beschikte [naam 1] medio oktober 2012 over een liquiditeitsreserve van € 1.200.000, maar zij heeft in het onderzoek van 29 oktober 2012 niet de berekening van DNB kunnen weerleggen dat er onvoldoende liquiditeitsreserve resteerde voor de renteverplichtingen over 2013. Voorts heeft een externe accountant in de jaarrekeningen 2010 en 2011 van [naam 1] en [naam 4] in de paragraaf continuïteitsveronderstelling opgenomen dat, gezien de financiële positie van de vennootschap, haar voortbestaan onzeker is. [naam 1] heeft zich in het onderzoek van 29 oktober 2012 beperkt tot de enkele mededeling dat op korte termijn nieuwe gelden moesten worden aangetrokken omdat zich een investeringskans voordeed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c783a7d3953f4df5a2551a7819d9626e6b08a81afc8a849af636cc925cceb72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c783a7d3953f4df5a2551a7819d9626e6b08a81afc8a849af636cc925cceb72, en de alinea staat in dat document op bytes 36816 tot 39031.