Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016
Onder 4.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:352.
De rechtbank heeft met juistheid voorop gesteld dat om als feitelijk leidinggever te kunnen worden aangesproken, anders dan [naam 2] en [naam 3] betogen, het (voorwaardelijk) opzet slechts behoeft te zijn gericht op de desbetreffende gedragingen (kleurloos opzet) en niet op de wederrechtelijkheid daarvan (boos opzet; zie de uitspraak van het College van 20 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:119). DNB hoeft dus niet te bewijzen dat [naam 2] en [naam 3] wisten dat een vergunning was vereist voor de activiteiten, maar alleen dat zij opzettelijk hun bijdragen aan de activiteiten hebben verricht, wetende dat daarvoor geen vergunning was verleend. Dat dit laatste het geval was, hebben [naam 2] en [naam 3] erkend, zodat DNB zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat voldaan is aan het aanvaardingscriterium.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f09b65f10e164898219d76fd0dac9f60b20b27868466ffddb06899e35ef3ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f09b65f10e164898219d76fd0dac9f60b20b27868466ffddb06899e35ef3ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 18083 tot 18913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f09b65f10e164898219d76fd0dac9f60b20b27868466ffddb06899e35ef3ee3 | shasum -a 256