Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 november 2016

Onder 6.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 november 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:355.

Het College acht het in dit verband op zichzelf niet onbegrijpelijk dat, gelet op het belang van naleving van alle in het kader van de derogatieregeling vastgestelde voorwaarden, een sanctie wordt opgelegd bij het niet voldoen aan de voorwaarden, ook als deze niet de controle hebben bemoeilijkt of belemmerd en op zichzelf niet zien op de omstandigheden waaronder een hogere norm toelaatbaar wordt geacht én dat deze sanctie hoger is bij twee tekortkomingen dan wanneer sprake is van één tekortkoming van dien aard. Met de staatssecretaris is het College voorts van oordeel dat matiging van het deel van de boete dat het gevolg is van het niet toepassen van de gebruiksnorm van 250 kg per hectare tot twee maal € 2.000,-- niet passend is nu [naam 1] behalve het achterwege laten van de aanmelding voor derogatie voor 2011 ook drie grondmonsters ongeveer vier maanden te laat heeft laten nemen. Gegeven echter het feit dat de staatssecretaris volgens zijn eigen handhavingsbeleid voor overtreding van een van deze normen een boete van € 2.000,-- zou hebben opgelegd, is het College van oordeel dat in deze door de wetgever op zichzelf niet voorziene situatie sprake is van onevenredigheid tussen het door de staatssecretaris in deze situatie, per overtreding kennelijk passend en geboden geachte, opgelegde boetebedrag en het bedrag dat thans als boete is gerekend, te weten € 20.440,--. Tevens staat vast dat [naam 1] niet eerder is beboet voor het overtreden van de Msw. Anders dan de rechtbank ziet het College geen aanleiding om de hoogte van het door [naam 1] genoten economisch voordeel te betrekken bij de bepaling van de hoogte van de boete, omdat de wetgever bij het bepalen van de hoogte van de boetetarieven in een geval als het onderhavige (zie onder 6.6) al rekening heeft gehouden met zodanig economisch voordeel. Voorts ziet het College in de door [naam 1] naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden evenmin aanleiding tot verdere matiging van de boete, reeds omdat deze niet zijn onderbouwd. Het College is, al deze omstandigheden bij elkaar genomen, van oordeel dat een boete die voortvloeit uit het niet van toepassing zijn van de norm van 250 kg stikstof per hectare uit dierlijke mest afkomstig van graasdieren, na matiging van die boete tot een bedrag van 50% van € 20.440,--, uit een oogpunt van speciale en generale preventie passend en geboden is te achten. De resterende boete bedraagt dan in totaal € 15.703,50 (€ 5.483,50 en € 10.220,--), in plaats van het uit de aangevallen uitspraak voortvloeiende bedrag van in totaal € 14.504,75.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d72dd41372665789ffafba8f18d6f2c8c3b38aae2cbdd6e19043bc902997db02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d72dd41372665789ffafba8f18d6f2c8c3b38aae2cbdd6e19043bc902997db02, en de alinea staat in dat document op bytes 28614 tot 31214.