Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016
Onder 5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:36.
Naar de mening van [naam 1] heeft de accountantskamer zich onvoldoende van zijn belangen rekenschap gegeven, in het bijzonder het belang dat het beginsel van ‘ne bis in idem’ nu juist beschermt: voorkomen dat de accountant zich meer dan één keer voor hetzelfde handelen bij de tuchtrechter moet verantwoorden. Volgens [naam 1] heeft de accountantskamer dit belang aangetast door de door SOBI ingestelde klachtprocedure – die al in het stadium verkeerde dat partijen desgevraagd hun verhinderdata voor de mondelinge behandeling hadden doorgegeven – in afwachting van een door AFM aankondigde klacht tegen [naam 1] (en later ook in afwachting van een door Vestia aangekondigde klacht) voor onbepaalde tijd op te schorten teneinde de [naam 1] betreffende klachten gezamenlijk te behandelen. [naam 1] vraagt zich af waarom, zoals de accountantskamer in haar brieven heeft gesteld, het algemeen belang zou vereisen dat de AFM-klacht hoe dan ook behandeld moest worden. [naam 1] kan begrijpen dat het algemeen belang gediend is bij goede en efficiënte tuchtrechtspraak en dat in een tuchtzaak (over en weer) voldoende feiten moeten zijn gesteld zodat het handelen van de accountant genoegzaam kan worden getoetst. De SOBI-zaak, die aanvankelijk zonder re- en dupliek naar de mondelinge behandeling was verwezen, voldeed echter al aan deze eis. Volgens [naam 1] lijkt de accountantskamer zich voordat AFM haar klacht had ingediend en voordat [naam 1] verweer had gevoerd al een oordeel te hebben gevormd over de klacht van AFM en de informatie waarop die klacht zou zijn gebaseerd in het licht van het maatschappelijk belang dat bij de behandeling daarvan zou moeten worden gediend. Deze gedachten hebben er – blijkbaar – toe geleid dat de accountantskamer – hetgeen zij met zoveel woorden ook zegt – vindt dat de SOBI-klacht en de AFM-klacht gelijktijdig moesten worden behandeld om te voorkomen dat het beginsel van ‘ne bis in idem’ aan behandeling van de AFM-klacht in de weg staat. Dit wekt volgens [naam 1] de schijn van vooringenomenheid. [naam 1] stelt processueel nadeel te hebben ondervonden van de door de accountantskamer genomen regiebeslissingen. Alle (regie)beslissingen in de aanloop naar de mondelinge behandeling zijn in zijn nadeel uitgevallen, terwijl zijn verzoeken alleszins redelijk waren. Dit bevestigt volgens [naam 1] het beeld dat met zijn belangen onvoldoende rekening is gehouden. De daarmee door de accountantskamer gewekte schijn van vooringenomenheid moet ertoe leiden dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. Aangezien zijn belang wel degelijk en in relevante mate is aangetast, acht [naam 1] onbegrijpelijk dat de accountantskamer in haar motivering slechts volstaat met een verwijzing naar proceseconomische redenen, die bovendien niet nader zijn gespecificeerd. Proceseconomische redenen, wat ze ook mogen zijn, wegen in procedures met een omvang en impact als de onderhavige niet op tegen het belang van [naam 1] bij een voortvarende behandeling en het belang zich niet vaker dan één keer ter zake van hetzelfde handelen bij de tuchtrechter te hoeven verantwoorden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7, en de alinea staat in dat document op bytes 24134 tot 27282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7 | shasum -a 256