Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016
Onder 6.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:36.
In onderdeel b van zijn grief tegen het door de accountantskamer gegrond verklaren van de klachtonderdelen I en III stelt [naam 1] dat niet valt in te zien waarom de tegen hem gerichte klacht anders moet worden opgevat dan de klacht tegen [naam 2] , waar (i) niet is vastgesteld dat in 2010 ten onrechte kostprijshedge-accounting is toegepast en (ii) vaststaat dat die methodiek en het type derivaten door Vestia in 2010 niet is gewijzigd ten opzichte van 2009. Daarmee staat volgens [naam 1] vast dat er geen basis is om, anders dan bij [naam 2] , te concluderen dat klachtonderdelen I en III in de onderhavige procedure wél gegrond zijn. Dat ten onrechte kostprijshedge-accounting zou zijn toegepast, is dus niet vastgesteld. De stelling van Vestia dat dit ten onrechte zou zijn gebeurd, is volgens [naam 1] gebaseerd op de gedachte dat de portefeuillebenadering niet was toegestaan bij de beantwoording van de vraag of kostprijshedge-accounting mag worden toegepast. In de tuchtzaak tegen [naam 2] concludeert de accountantskamer echter in overweging 4.6.6 van de uitspraak van 19 augustus 2013 (ECLI:NL:TACAKN:2013:21) dat deze portefeuillebenadering wél is toegestaan, althans dat [naam 2] mocht oordelen dat deze benadering aanvaardbaar was. Gelet hierop valt volgens [naam 1] niet in te zien dat Vestia in het door hem ( [naam 1] ) gecontroleerde boekjaar 2010 de derivaten ook niet op portefeuilleniveau zou hebben mogen beoordelen en met inachtneming daarvan kostprijshedge-accounting zou hebben mogen toepassen. [naam 1] is van mening dat de accountantskamer de klachtonderdelen I en III eveneens ongegrond had moeten verklaren. Het andersluidende oordeel van de accountantskamer acht [naam 1] onbegrijpelijk. [naam 1] merkt overigens op dat de beslissing van KPMG in april 2012 om de verklaring bij de jaarrekening 2010 niet langer te handhaven met name was gebaseerd op de gerede twijfel die bij KPMG was ontstaan over de juistheid van de verwerking van bepaalde combinaties van interest rate swaps met geschreven swaptions. Deze twijfel was gerezen omdat, kort gezegd, de portefeuillebenadering niet werd geaccepteerd door KPMG, in tegenstelling tot Deloitte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7, en de alinea staat in dat document op bytes 36305 tot 38492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8bc029462243cff5c8f0963c5b42ecf2ec22edfa3d4b1073673cb76883d48f7 | shasum -a 256