Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2016

Onder 7.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:441.

De redelijke termijn neemt een aanvang wanneer door het bestuursorgaan jegens de betrokkene een handeling wordt verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft ontleend, en in redelijkheid ook de verwachting heeft kunnen ontlenen, dat hem wegens overtreding van de Msw een boete zal kunnen worden opgelegd. Als een zodanige - met een instelling van strafvervolging vergelijkbare - handeling moet hier het boetevoornemen van 14 januari 2011 worden aangemerkt. Naar het oordeel van het College kan in dit geval als uitgangspunt worden gehanteerd dat een redelijke termijn is overschreden indien de rechterlijke beoordeling in eerste aanleg niet is afgerond binnen twee jaar nadat de termijn is aangevangen. De redelijke termijn van de rechterlijke behandeling in hoger beroep dient ook op twee jaar te worden gesteld, zodat de redelijke termijn derhalve in totaal vier jaar beslaat. Het College wijst in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005 ECLI:NL:HR:2005:AO9006, het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1258.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70212766f8f874a86635f0bef355b09bf2e8dd8e1fcbf8ed4cee10ba0d1a2b16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70212766f8f874a86635f0bef355b09bf2e8dd8e1fcbf8ed4cee10ba0d1a2b16, en de alinea staat in dat document op bytes 22642 tot 23838.