Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Alinea 19 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:454.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant dat – kort gezegd – inhield dat de staatssecretaris bij de berekening van het gebruik van meststoffen ten onrechte de in Groningen gelegen percelen bos buiten beschouwing had gelaten, ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris terecht en op juiste gronden geconcludeerd dat appellant niet de feitelijke beschikkingsmacht had over deze percelen. De rechtbank overwoog hiertoe voor zover hier van belang (onder 1.4 tot en met 1.9 van de aangevallen uitspraak), dat uit hetgeen appellant tegenover de AID heeft verklaard (onder meer dat hij over de te oogsten producten – de bomen – geen afspraken heeft gemaakt en de werkzaamheden op de percelen niet door appellant, maar door [naam 2] zijn geregeld), uit de facturen van 3 juli 2009 en 1 november 2009 noch uit de voor 2009 gesloten grondgebruikersverklaring kan worden afgeleid dat appellant in 2009 heeft beslist over het beheer van de percelen; feitelijk noch op afstand (papier). De rechtbank concludeert dat appellant in het jaar 2009 artikel 7 van de Msw heeft overtreden, hetgeen betekent dat de staatssecretaris bevoegd was appellant een bestuurlijke boete op te leggen. Voorts heeft de rechtbank het betoog van appellant dat de staatssecretaris de boete had moeten matigen, op grond van hetgeen zij onder 2.1 tot en met 2.5 heeft overwogen, verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41, en de alinea staat in dat document op bytes 9018 tot 10435.