Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Alinea 21 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:454.

3. Appellant heeft de uitspraak van de rechtbank bestreden. Volgens appellant heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de desbetreffende percelen (hierna ook: de bospercelen) niet onder de tot het bedrijf van appellant behorende landbouwgrond vallen omdat appellant niet de feitelijke beschikkingsmacht over deze percelen had en is de rechtbank daardoor ten onrechte tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een overschrijding van de gebruiksnormen in het jaar 2009 en de staatssecretaris daarom bevoegd was een bestuurlijke boete op te leggen wegens overtreding van artikel 7 van de Msw. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst appellant naar de uitspraak van het College van 12 februari 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:BZ1613). Deze uitspraak ziet volgens appellant op nagenoeg dezelfde situatie. Gelet op de in deze uitspraak vermelde criteria dienen naar de mening van appellant de hier aan de orde zijnde percelen te worden meegenomen in de berekening van het gebruik van meststoffen voor het jaar 2009 en is er geen sprake van overschrijding van de gebruiksnormen. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij feitelijke beschikkingsmacht had over de bewuste percelen wijst appellant erop dat hij beschikte over een grondgebruiksverklaring, en daarmee over een juridische titel, en dat hij het teeltplan en het bemestingsplan in de praktijk op elkaar kon afstemmen. Appellant herhaalt dat de verklaringen die hij tegenover de AID heeft afgelegd uit zijn verband getrokken. Ter toelichting wijst hij erop dat hij zelf niet iets op het perceel deed of oogstte maar dat had uitbesteed aan een loonwerker, zoals bij landbouwers te doen gebruikelijk met percelen op afstand. Percelen mais op afstand worden bijvoorbeeld in opdracht van de huurder/eigenaar door een loonwerker ter plaatse volledig bewerkt, gezaaid, bespoten en geoogst, zonder dat de huurder/eigenaar daarbij zelf handelingen verricht. Dergelijke percelen worden volgens appellant door de staatssecretaris beschouwd als landbouwgrond behorende tot het bedrijf van de landbouwer die over een grondgebruiksverklaring beschikt. Op de percelen die door appellant zijn gehuurd zijn in dat jaar geen bomen gerooid. Daarover zijn dan ook geen afspraken gemaakt. Over het beheren van de percelen (onder meer het snoeien van de bomen en het schonen van sloten) zijn wel afspraken gemaakt. Deze werkzaamheden zijn door appellant uitbesteed (zie offerte en nota’s). Dat daarbij een tussenpersoon, [naam 2] , heeft bemiddeld zegt niets over de feitelijke beschikkingsmacht. Appellant is van mening dat hij wel degelijk feitelijk zelf heeft beslist over het beheer van de percelen. Uit de facturen van

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41, en de alinea staat in dat document op bytes 10598 tot 13275.