Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Onder 5.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:454.

Uit het voorgaande blijkt enerzijds dat indien komt vast te staan dat appellant niet de feitelijke beschikkingsmacht had over de bospercelen daarmee, gelet op de hiervoor weergegeven wetssystematiek, gegeven is dat die percelen niet in het kader van een normale bedrijfsvoering bij appellant in gebruik waren zodat zij reeds hierom geen rol kunnen spelen bij de beantwoording van de vraag of de gebruiksnormen als bedoeld in artikel 8 van de Msw zijn overschreden. Het voorgaande doet evenwel tevens zien dat ingeval appellant wèl de feitelijke beschikkingsmacht had over de bospercelen daarmee slechts één van de vereisten (zie hiervoor het gebruik van de woorden “onder meer” in de MvT) vervuld is waaraan moet zijn voldaan om te kunnen concluderen dat die bospercelen in het kader van een normale bedrijfsvoering bij appellant in gebruik waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb7c5ab6ead4ced7bbb0075ef8f1e9ce3700024bdaa0e69a12789ace864ea41, en de alinea staat in dat document op bytes 23910 tot 24778.