Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016
Onder 4.9.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:56.
Volgens appellanten II en III blijkt uit de considerans van Verordening 1/2003 dat de verordening een verplichting tot toepassing van de artikelen 101 en 102 van het VWEU schept voor de nationale mededingingsautoriteiten. Deze verplichting is echter niet bedoeld om extraterritoriale bevoegdheden te scheppen voor nationale autoriteiten qua beboeting. Ook uit de Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking binnen het European Competition Network (ECN) (Mededeling) volgt volgens appellanten II en III dat extraterritoriale beboeting niet mogelijk is, daar deze vorm van beboeting parallelle handhaving overbodig zou maken. Het uitgangspunt bij de onderlinge samenwerking is dat nationale autoriteiten ook bij de toepassing van artikel 101 van het VWEU slechts de nationale effecten van een kartel bestraffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf, en de alinea staat in dat document op bytes 120505 tot 121339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf | shasum -a 256