Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Onder 4.9.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:56.

Met betrekking tot de nationaalrechtelijke standpunten van appellanten I, II en III stelt ACM dat ook de Noordzeegarnalenzaak en een vermeende vaste gedragslijn van ACM in de onderhavige zaak geen obstakel vormen voor beboeting op basis van de Europese omzet. Ten tijde van Noordzeegarnalen was er nog geen ervaring met allocatie van zaken in ECN-verband, en daarbij liep in die zaak ook een onderzoek van het Bundeskartellamt. In het door appellanten II en III aangehaalde paper van 2005 verdedigde ACM het daargenoemde standpunt niet: dit paper wijst er volgens haar slechts op dat er op dat moment nog geen consensus bestond omtrent extraterritoriale beboeting. Ook de stellingen van appellanten omtrent een beweerdelijke vaste gedragslijn kunnen geen doel treffen. Ten eerste vloeit de bevoegdheid volgens ACM voort uit Verordening 1/2003, en kan een dergelijke bevoegdheid niet voortkomen uit een beleidsregel. Ten tweede was er door het enkele besluit in de Noordzeegarnalenzaak nog geen beleid gevormd. Dit beleid is overigens ook niet in de Boetebeleidsregel 2014 gewijzigd: de definitie van betrokken omzet is niet veranderd, en slechts in de toelichting hierop is een verwijzing naar de Europese omzet opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf, en de alinea staat in dat document op bytes 127270 tot 128506.