Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Onder 4.9.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:56.

In het onderhavige geval hebben appellanten II en III ter zitting er mee ingestemd dat het College, na op de betogen van appellanten II en III ten aanzien van de boetegrondslag te hebben beslist, in het kader van de beoordeling van het betoog van appellanten I kennis neemt van de vertrouwelijke passages van de stukken 133 en 135. Mede gelet hierop heeft het College aanleiding gezien om – nadat zij tot het hiervoor weergegeven oordeel ten aanzien van de boetegrondslag was gekomen – alsnog kennis te nemen van de vertrouwelijke passages van de stukken 133 en 135. In de inhoud daarvan ziet het College evenwel geen aanleiding om ten aanzien van appellanten I tot een ander oordeel te komen dan hiervoor is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf, en de alinea staat in dat document op bytes 136823 tot 137559.