Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016
Onder 4.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:56.
Volgens appellanten III lijkt het feit dat de heren [medewerker B1] en [medewerker B2] bestuurders zijn van de moedervennootschap van [rechtspersoon C] en dat zij daarnaast functies hebben bij [rechtspersoon B] en [rechtspersoon C] , het enige argument te zijn waarop ACM de conclusie baseert dat (ook) namens [rechtspersoon C] is gehandeld. Volgens ACM vormen [rechtspersoon B] en [rechtspersoon C] echter geen economische eenheid. Als de enkele rol van de heren [medewerkers B1 en B2] tot de conclusie zou leiden dat [rechtspersoon C] weet van de gedragingen van [rechtspersoon B] en geacht wordt eenzelfde gemeenschappelijk doel na te streven als [rechtspersoon B] dan zou er nu juist wel sprake moeten zijn van een economische eenheid, zo stellen appellanten III. Er is volgens appellanten III geen bewijs dat [rechtspersoon C] zelf rechtstreeks door een namens haar handelend persoon heeft deelgenomen aan de areaalafspraken, en er was dan ook niets waar [rechtspersoon C] openlijk afstand van had kunnen of moeten nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf, en de alinea staat in dat document op bytes 28063 tot 29103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b27bc1a0e2a8b7c0429287b211d3bda4f72d64350fc12d713c467fb81f07ccbf | shasum -a 256