Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Onder 2.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:57.

De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 20 maart 2014, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen. Er is ten aanzien van appellante geen sprake van verval van sanctiebevoegdheid. Uit de bewoordingen van artikel 64, tweede lid, van de Mw in samenhang met artikel 25, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (Verordening 1/2003), waarbij blijkens de Memorie van Toelichting (MvT) in artikel 64 wordt aangesloten, blijkt volgens de rechtbank expliciet dat een onderzoekshandeling waarvan ten minste één bij de overtreding betrokken onderneming schriftelijk in kennis wordt gesteld de verjaring stuit ten aanzien van alle ondernemingen die aan de inbreuk hebben deelgenomen. Hieronder valt ook appellante in haar hoedanigheid van (voormalig) 100% aandeelhouder van [rechtspersoon E] . Volgens de rechtbank is niet in discussie dat ACM op 17 augustus 2010 een stuitingshandeling heeft verricht, waardoor er geen sprake is van verval van sanctiebevoegdheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac1851edc32df734afddf0187a9581d23a29e29b6b7176b6261679771759aef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac1851edc32df734afddf0187a9581d23a29e29b6b7176b6261679771759aef2, en de alinea staat in dat document op bytes 10530 tot 11658.