Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Onder 3.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:57.

Het College overweegt als volgt. Artikel 64 (oud), tweede lid, gelezen in samenhang met het eerste lid, van de Mw bepaalt dat de stuiting van de vervaltermijn ingaat op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen schriftelijk in kennis wordt gesteld van een handeling van de mededingingsautoriteit ter verrichting van een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding. Reeds uit de tekst van deze bepaling volgt naar het oordeel van het College dat de stuitingshandeling geldt jegens alle ondernemingen of ondernemersverenigingen die aan de overtreding hebben deelgenomen, nu de term “tenminste” bij een andere uitleg haar betekenis zou verliezen. Deze lezing vindt bovendien bevestiging in de MvT (Kamerstukken II, 30071, nr. 3, p. 25-26), waaruit blijkt dat – zoals de rechtbank terecht heeft overwogen – door de wetgever met artikel 64 (oud) van de Mw aansluiting is gezocht bij artikel 25 van Verordening 1/2003, welk artikel eveneens voorziet in een stuitingsregeling geldend ten opzichte van alle betrokken ondernemingen of ondernemersverenigingen. Hetgeen door het College is overwogen in de LHV-uitspraak maakt het voorgaande niet anders, nu een strikte lezing in het onderhavige geval juist tot de conclusie leidt dat een stuitingshandeling jegens alle deelnemende ondernemingen te gelden heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac1851edc32df734afddf0187a9581d23a29e29b6b7176b6261679771759aef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac1851edc32df734afddf0187a9581d23a29e29b6b7176b6261679771759aef2, en de alinea staat in dat document op bytes 19472 tot 20908.