Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016

Alinea 21 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:7.

De rechtbank acht de ontkenning door appellant van de ontvangst van een waarschuwingsbrief van 15 mei 2012 niet geloofwaardig. Mr. F. de Jong, die als voorzitter van de hoorcommissie optrad, heeft ter zitting verklaard dat appellant, nadat hem daar op de hoorzitting expliciet naar was gevraagd, bevestigd heeft deze voorlichtings- en waarschuwingsbrieven te hebben ontvangen. De rechtbank twijfelt niet aan de juistheid van deze verklaring, omdat appellant in zijn schriftelijke zienswijze heeft aangegeven in de loop der jaren meerdere waarschuwingsbrieven te hebben ontvangen en ter zitting niet kon aangeven welke andere brief hij daarmee heeft bedoeld als dat niet de brief van 15 mei 2012 is geweest. Verder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat appellant de ontvangst van de waarschuwingsbrief van 15 mei 2012 aanvankelijk heeft erkend, maar daar op 12 maart 2014 is teruggekomen, net nadat op 10 maart 2014 op rechtspraak.nl (ECLI:NL:ROT:2014:1632) een uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2014 was gepubliceerd, waarin is geoordeeld dat geen boete kon worden opgelegd, omdat niet kon worden nagegaan dat de 1805 waarschuwingsbrieven daadwerkelijk op 15 mei 2012 aan betrokkenen waren verzonden. De rechtbank heeft de opgelegde boete en last onder dwangsom in stand gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2f29bbea8180223bedb183fc888b85908a682ba072b243a862c3a4619ea707. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2f29bbea8180223bedb183fc888b85908a682ba072b243a862c3a4619ea707, en de alinea staat in dat document op bytes 9893 tot 11197.