Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016

Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:7.

Appellant is teruggekomen van zijn mededeling op de hoorzitting dat hij de waarschuwingsbrief heeft ontvangen, omdat hij die naderhand niet in zijn administratie heeft aangetroffen. Het College ziet hierin echter geen aanleiding om appellant niet te houden aan zijn op de hoorzitting afgelegde verklaring. Hoewel de benaming van de brieven naar het oordeel van het College inderdaad verwarrend is, neemt dit niet weg dat uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat mevrouw Cordes, lid van de hoorcommissie, appellant heeft gewezen op de aan hem verzonden voorlichtings- en waarschuwingsbrieven en dat zij daarbij expliciet de brief van 15 mei 2012 en de inhoud ervan heeft genoemd. Bij appellant kan daarover geen misverstand hebben bestaan, zodat ervan uitgegaan mag worden dat hij bij de hoorzitting de ontvangst van deze brief heeft bevestigd. Het verslag van de hoorzitting is duidelijk genoeg en op zich voldoende om aan te nemen dat appellant de waarschuwingsbrief van 15 mei 2012 heeft ontvangen. Appellant heeft dat vermoeden niet afdoende weerlegd. De uitspraak van de rechtbank is op dit punt juist en voldoende gemotiveerd. De minister is niet gehouden de boete en de last onder dwangsom te laten vervallen. De hoger beroepsgrond slaagt niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2f29bbea8180223bedb183fc888b85908a682ba072b243a862c3a4619ea707. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2f29bbea8180223bedb183fc888b85908a682ba072b243a862c3a4619ea707, en de alinea staat in dat document op bytes 12912 tot 14180.