Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2017

Onder 6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:1.

6.2.2 Ten aanzien van de strekking van deze gedraging overweegt het College het volgende. Bij de beoordeling of een overeenkomst of een onderling afgestemde feitelijke gedraging de mededinging in die mate nadelig beïnvloedt dat zij kan worden geacht een mededingingsbeperkende strekking te hebben, moet worden gelet op de bewoordingen en de doelstellingen van die overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging, alsook op de economische en juridische context. Bij de beoordeling van de context moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken goederen of diensten en met de daadwerkelijke voorwaarden voor het functioneren en de structuur van de betrokken markt of markten. Voorts hoeven de bedoelingen van partijen weliswaar niet in aanmerking te worden genomen bij het onderzoek of een overeenkomst tussen ondernemingen of onderling afgestemde feitelijke gedraging beperkend is, maar niets belet de mededingingsautoriteiten of de rechter om rekening te houden met deze bedoelingen (zie het arrest van het Hof van Justitie van 11 september 2014, ECLI:EU:C:2014:2204, Groupement des cartes bancaires, en de uitspraak van het College van 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:184, Meel).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f74031822580b5a78ebf6cf5a66a780fd7cb8abb6190a2651887a333b8a9e919. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f74031822580b5a78ebf6cf5a66a780fd7cb8abb6190a2651887a333b8a9e919, en de alinea staat in dat document op bytes 77799 tot 79015.