Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 maart 2017

Onder 4.8 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 maart 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:114.

Uit het voorgaande kan niet anders dan worden afgeleid dat appellanten willens en wetens het onderhavige verzoek tot verweerster hebben gericht met de vooropgezette bedoeling een bezwaar- en vervolgens beroepsprocedure op grond van de Awb te beginnen, die zou moeten leiden tot een feitenonderzoek, inclusief getuigenverhoren, omtrent de rechtsgeldigheid van verenigingsbesluiten waarover in hoogste instantie door de Hoge Raad is beslist bij de genoemde beschikking van 31 januari 2003. Blijkens het bepaalde bij artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Handelsregisterbesluit 2008 (Hrb), kan verweerster weigeren tot inschrijving over te gaan, indien zij gerede twijfel heeft over de juistheid van de opgave. Indien bij rechterlijke uitspraak hetgeen in het handelsregister is opgenomen geheel of gedeeltelijk onrechtmatig is verklaard, doet zij op grond van artikel 49 van het Hrb op verzoek van een belanghebbende daarvan aantekening in het register. Het College verwijst naar de Nota van Toelichting bij het Handelsregisterbesluit 2008 (Stb. 2008, nr. 240, p. 41) waarin ten aanzien van deze bepaling het volgende is opgenomen. “De civiele rechter kan zich uitspreken over de rechtmatigheid van enig ingeschreven gegeven, bijvoorbeeld indien de juistheid van de oprichting van een rechtspersoon in rechte wordt betwist. Als de rechter oordeelt dat een gegeven onrechtmatig is ingeschreven, dan volgt daaruit dat het gegeven niet langer ingeschreven kan zijn. Een aantekening omtrent de uitspraak waarin de onrechtmatigheid is vastgesteld kan dan op verzoek van een belanghebbende worden opgenomen.” De vraag of die opgave daadwerkelijk civielrechtelijk juist is, staat niet ter beoordeling van verweerster. Het handelsregister is in deze dus niet constitutief, zoals verweerster terecht heeft aangevoerd en verweerster stelt dus inderdaad geen civielrechtelijke feiten vast. Daaruit volgt dat de door appellanten gevoerde bestuursrechtelijke procedures niet tot het kennelijk door hen beoogde resultaat kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddea636a6c1e40a992ad1a2ac24b65087227b40cb8659de17a69a071b65806d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddea636a6c1e40a992ad1a2ac24b65087227b40cb8659de17a69a071b65806d6, en de alinea staat in dat document op bytes 16512 tot 18561.