Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2017
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2017, ECLI:NL:CBB:2017:130.
Dat de bevoegdheid van het bestuursorgaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete eerst met de daadwerkelijke voorlegging van de overtreding aan de OvJ wordt opgeschort, is, strikt genomen, niet wat artikel 5:44, derde lid, van de Awb bepaalt. Het derde lid spreekt immers over de mogelijkheid tot boeteoplegging voor een gedraging “die aan de officier van justitie moet worden voorgelegd”. Ondanks deze formulering meen ik dat artikel 5:44, derde lid, van de Awb daadwerkelijke voorlegging aan de OvJ wel degelijk vooronderstelt. Het kan mijns inziens niet anders dan dat de in het derde lid onder b bedoelde “wachttermijn” van dertien weken aan een daadwerkelijke voorlegging van de gedraging aan de OvJ is gekoppeld; in dat verband kan tevens op de in het derde lid gebruikte term “reactie” (van de OvJ) worden gewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59ba6cbe896749566b94a88036d873500b0dbc8c60bfa07af42a98d80fc3a472. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59ba6cbe896749566b94a88036d873500b0dbc8c60bfa07af42a98d80fc3a472, en de alinea staat in dat document op bytes 55764 tot 56714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/59ba6cbe896749566b94a88036d873500b0dbc8c60bfa07af42a98d80fc3a472 | shasum -a 256