Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:14.

betoogt dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven voor zover de rechtbank daarbij de aan [naam 1] opgelegde boete - weliswaar aanzienlijk gematigd - in stand heeft gelaten. Daartoe voert [naam 1] , verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aan. Ten eerste heeft de rechtbank [naam 1] ten onrechte aangemerkt als feitelijke leidinggever nu hij niet verwijtbaar heeft gehandeld. Dat [naam 2] er feitelijk niet in is geslaagd om tijdig een vergunningaanvraag te doen, betekent nog niet dat [naam 1] die overtreding door middel van het achterwege laten van maatregelen heeft bevorderd. Ten tweede stelt [naam 1] dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat DNB in dit geval gebruik kon maken van haar bevoegdheid om aan [naam 1] een boete op te leggen. Volgens [naam 1] is boeteoplegging in strijd met het ‘ne bis in idem’-beginsel, het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het handhavingsbeleid van DNB en het gelijkheidsbeginsel. Ten derde betoogt [naam 1] dat het boetebedrag verder gematigd dient te worden omdat het boetebedrag van € 50.000,- (nog altijd) onevenredig hoog is en niet in verhouding staat tot zijn draagkracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6, en de alinea staat in dat document op bytes 15672 tot 16895.