Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Onder 4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:14.

Zoals het College reeds eerder (zie bijvoorbeeld de hiervoor aangehaalde uitspraak van 7 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:54) heeft overwogen is voor het aannemen van feitelijk leidinggeven aan de verboden gedraging op zichzelf niet voldoende dat iemand bestuurder is van een rechtspersoon die een overtreding heeft begaan. Als echter, zoals hier, (een van) de feitelijke hoofdactiviteit(en) van de rechtspersoon bestaat uit de verboden gedraging - het zonder vergunning verlenen van betaaldiensten - en een bestuurder is alleen/zelfstandig bevoegd om besluiten te nemen, dan is in beginsel voldaan aan het hiervoor geformuleerde criterium. Een bestuurder wordt immers geacht op de hoogte te zijn van de hoofdactiviteiten van de door hem bestuurde rechtspersoon en is redelijkerwijs gehouden maatregelen te nemen om te voorkomen dat de hoofdactiviteiten in strijd zijn met de wet. Doet hij dit niet dan aanvaardt hij dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6, en de alinea staat in dat document op bytes 19832 tot 20807.