Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Onder 4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:14.

De feiten en omstandigheden van dit geval staven dat [naam 1] kan worden gezien als feitelijke leidinggever aan de verboden gedraging. In dat verband overweegt het College dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat uit de door [naam 1] ondertekende brief van 12 augustus 2010 en de namens hem verstuurde brief van 28 november 2011 blijkt dat hij zich bewust was van de voor [naam 2] per 1 mei 2011 geldende vergunningplicht en dat hij op de hoogte was van het feit dat [naam 2] niet (tijdig) een vergunning had aangevraagd. [naam 1] betwist niet dat hij ten tijde van de overtreding, gelet op zijn positie als bestuurder van [naam 2] en zijn daarmee samenhangende feitelijke bemoeienis met de dagelijkse gang van zaken, bevoegd en redelijkerwijs gehouden was de overtreding van artikel 2:3a, eerste lid, van de Wft door [naam 2] te voorkomen en/of te beëindigen. Het College onderschrijft dan ook het oordeel van de rechtbank dat van [naam 1] verlangd had mogen worden dat hij niet alleen voorbereidingen zou treffen voor het indienen van een vergunningaanvraag, maar dat hij er tevens op had moeten toezien dat deze vergunningaanvraag tijdig, dat wil zeggen voor het verstrijken van het overgangsregime, zou worden ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb4d229fe43a586bcc3107c3bef52ebbc45580ef1cf69424c1605a527d54e6, en de alinea staat in dat document op bytes 20886 tot 22129.