Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 mei 2017
Onder 5.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 mei 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 mei 2017, ECLI:NL:CBB:2017:197.
Het College ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanknopingspunt voor twijfel aan deze door verweerder gegeven uitleg. Uit de tekst van artikel 5, derde lid, van Verordening 640/2014 blijkt dat de lidstaat het subsidiabele maximumareaal per referentieperceel moet bepalen binnen een marge van 2%. Bij kleine veranderingen binnen die marge hoeft de lidstaat het referentieperceel dus niet aan te passen en mag hij bijgevolg uitgaan van de juistheid van de oppervlakte van het referentieperceel. Het College acht hierbij van belang dat verweerders systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen (de AAN-laag) een nauwkeurigheid heeft van 1:2.500 en daarmee ruim voldoet aan de op grond van artikel 70 van Verordening 1306/2013 gevraagde precisie. Deze uitleg past bovendien in de blijkens punt 6 van de considerans van Verordening 640/2014 heersende opvatting van de Uniewetgever dat het identificatiesysteem voor landbouwpercelen – dat wil zeggen de referentiepercelen – weliswaar regelmatig moeten worden bijgewerkt, maar dat de lidstaten voldoende flexibiliteit moet worden geboden ten aanzien van kleine veranderingen van het subsidiabele maximumareaal die terug te voeren zijn op onzekerheden over de foto-interpretatie, onder meer als gevolg van de omtrek en conditie van de referentiepercelen, juist om te voorkomen dat het systeem onstabiel wordt. Deze uitleg past eveneens bij een van de (kern)doelstellingen van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van het opzetten van een systeem voor de identificatie van landbouwpercelen, namelijk het verminderen van administratieve lasten (zie punt 2 van de considerans van Verordening 1307/2013 en punt 44 van de considerans van Verordening 1306/2013). In dit verband is van belang dat blijkens Verordening 640/2014 de lidstaten enige ruimte is gelaten die zowel ten nadele als ten voordele van landbouwers kan strekken. Zo kan een te hoge aangifte voor een bepaald perceel worden gecompenseerd door een te lage aangifte voor andere percelen die tot dezelfde gewasgroep behoren, worden administratieve sancties pas van toepassing zodra een bepaalde tolerantiemarge is overschreden (zie punt 23 van de considerans) en hoeft ter voorkoming van een groot aantal geringe aanpassingen van aanvragen het geconstateerde areaal niet te worden aangepast, indien het verschil tussen het in de steunaanvraag aangegeven totale areaal en het totale areaal dat als subsidiabel is geconstateerd niet een bepaalde mate overschrijdt (zie punt 24 van de considerans).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bcef0106fce540c9f910e72531b9bfc1088d255682a2b02ce763eaf6e26165b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bcef0106fce540c9f910e72531b9bfc1088d255682a2b02ce763eaf6e26165b, en de alinea staat in dat document op bytes 36376 tot 38930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bcef0106fce540c9f910e72531b9bfc1088d255682a2b02ce763eaf6e26165b | shasum -a 256