Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017
Onder 2.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204.
Twee van de handelaren uit de tweede en derde tranche hebben gesteld dat artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschonden als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of daarvan in het geval van alle handelaren uit de tweede en derde tranche sprake is. In het voorliggende geval is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn dient te worden verruimd tot drieënhalf jaar gerekend vanaf het moment van uitbrengen van het boeterapport, waarbij twee jaar aan bestuurlijke besluitvorming en bezwaar kan worden toegerekend en anderhalf jaar aan de rechterlijke beoordeling in eerste aanleg. Dit leidt tot de conclusie dat de termijn die redelijk moet worden geacht in de tweede tranche met twaalf maanden is overschreden en in de derde tranche met zes maanden. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding voor een vermindering van de boete voor de handelaren uit de tweede tranche van 10% met een maximum van € 10.000,--. Voor de handelaren uit de derde tranche betekent dit een vermindering van hun boetes van 5% met een maximum van € 5.000,--.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 61765 tot 62982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4 | shasum -a 256