Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017

Onder 6.25 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204.

Uit de zich in het dossier bevindende verklaringen blijkt naar het oordeel van het College niet dat er sprake was van een vaste, stilzwijgende verstandhouding tussen de betrokken handelaren om mede-inzetters, ook wanneer geen sprake was van groepsmijnen, telkens na het afmijnen ‘mee te laten kopen’. Het College onderkent dat er verklaringen zijn waaruit naar voren komt dat er ook zonder expliciete afspraak een uitzet (naveiling) na het afmijnen kon plaatsvinden. Daaruit kan echter, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet worden geconcludeerd dat als een handelaar die op de inzetlijst vermeld stond een pand mijnde, hij geacht werd de andere handelaren van de groep de gelegenheid te geven ‘mee te kopen’ in de naveiling. De verschillende verklaringen lopen daarvoor op dit punt te veel uiteen en zijn zelfs tegenstrijdig. Dat handelaren door het systeem van plokgeldverdeling er steeds op konden anticiperen dat zij niet zelf af hoefden te mijnen, blijkt daaruit niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 102873 tot 103876.