Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017
Onder 6.29 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204.
Ten slotte wijst het College erop dat ook de verhouding tussen het aantal door ACM als ‘besmet’ aangeduide veilingen en het aantal door haar vastgestelde naveilingen er niet op duidt dat samenwerking in de inzetfase steeds gericht was op collusie in de afmijnfase. Daarbij wreekt zich dat ACM in de gevallen waarin geen bewijs voor een naveiling is aangetroffen, geen nader onderzoek heeft verricht naar het verloop van de betreffende veilingen. Zij had kunnen onderzoeken of bij deze veilingen was afgemijnd door een lid van het door haar gestelde verband van handelaren of door een outsider. Indien hieruit bleek dat door een van de betrokken handelaren was afgemijnd, had zij kunnen onderzoeken waarom er in dat geval geen naveiling was georganiseerd. Nu ACM dit heeft nagelaten, kan aan de hand van de over deze veilingen beschikbare informatie niet worden nagegaan of, en zo ja in hoeverre, handelaren zich gebonden voelden door een onderlinge verstandhouding om niet individueel maar voor de groep af te mijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 107107 tot 108142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4 | shasum -a 256