Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017

Onder 12.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204.

Ten aanzien van de proceskosten van appellanten 1 tot en met 46 overweegt het College het volgende. Op grond van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de hoger beroepen van appellanten 1 tot en met 46 beschouwd als één zaak. Voor zover appellanten met hun verzoek om vergoeding van het honorarium van hun gemachtigden toekenning beogen van een hogere dan de forfaitaire proceskostenvergoeding, wijst het College dit verzoek af. Naar het oordeel van het College doen zich geen bijzondere omstandigheden voor als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb die toekenning van een andere dan de forfaitaire proceskostenvergoeding rechtvaardigen. Op grond van onderdeel C2 van het Bpb vermenigvuldigt het College de wegingsfactor voor het gewicht van de zaak (2, zeer zwaar) met een factor 1,5 in verband met meer dan 4 samenhangende zaken. Voor appellanten 1 tot en met 46 stelt het College de proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 4.455,-- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verweerschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting bij het College, met een waarde per punt van € 495,-- en wegingsfactor 3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b328bcd67be7f49de1acccd1ffb9422b5e2ef54a5508f45b90457578c15ad7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 125234 tot 126484.