Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 juni 2017

Onder 8.2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 juni 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 juni 2017, ECLI:NL:CBB:2017:215.

Gelet op 8.1 rust op appellante de last om te bewijzen dat, zoals zij stelt, verweerder in het kader van de aannemelijkheidstoets ten onrechte heeft aangenomen dat haar werknemers in het geheel geen S&O-werkzaamheden hebben verricht. Het College volgt appellante daarom niet in haar standpunt dat verweerder op detailniveau had moeten onderzoeken hoeveel S&O-werk aannemelijk is. Appellante verwijst ter ondersteuning van haar standpunt dat uit de door haar overgelegde stukken genoegzaam blijkt dat haar werknemers in 2010 en 2011 S&O-werkzaamheden hebben verricht, met name naar de in beroep bij het College overgelegde stukken ‘bijlage 12a’, waarin volgens haar per technisch knelpunt de feitelijke S&O-werkzaamheden en de daaraan bestede uren zijn vermeld, en ‘bijlage 12b’ met de stukken waarnaar in bijlage 12a wordt verwezen. Het College is met verweerder van oordeel dat ‘bijlage 12a’ in zodanig algemene bewoordingen is opgesteld dat appellante daarmee niet is geslaagd in het door haar te leveren bewijs als hiervoor vermeld. De in die bijlage vermelde knelpunten, evenals de daarbij vermelde oplossingsrichtingen zijn in algemene termen omschreven. Per beschreven knelpunt zijn verder namen van werknemers en aantallen S&O-uren vermeld. Niet is vermeld waar de werkzaamheden van de medewerkers concreet uit hebben bestaan. Bijlage 12b bevat deze informatie evenmin. De vraag of het S&O-werkzaamheden zijn geweest, kan naar het oordeel van het College al daarom niet op grond van die gegevens worden beantwoord. Appellante heeft ook geen andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake was van S&O-werkzaamheden. Het College is daarom van oordeel dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de in geding zijnde uitkomst van de aannemelijkheidstoets geen stand kan houden. Dat appellante het doel van haar project heeft bereikt en een nieuwe machine heeft ontwikkeld, baat haar gelet op het vorenstaande niet. In dit geding is het niet voldoende dat de machine zo innovatief is dat deze onder S&O valt, omdat tevens is vereist dat de projectadministratie toereikend is. Nu naar het oordeel van het College dat laatste niet het geval is, behoeft wat partijen hebben aangevoerd over de S&O-waardigheid van het project, evenals de technische knelpunten en eventuele werkzaamheden door derden, in dit geding geen verdere bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dbfedb3eb792cb9bf0bceb107852751dc28b6d21e0512d4e67f202eb09ed5f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dbfedb3eb792cb9bf0bceb107852751dc28b6d21e0512d4e67f202eb09ed5f9, en de alinea staat in dat document op bytes 38513 tot 40921.