Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 juli 2017

Onder 6.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:229.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 5, derde lid, van de Winkeltijdenverordening, dat aan het primaire besluit ten grondslag ligt, is aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift. Volgens vaste jurisprudentie van het College (zie bijvoorbeeld zijn uitspraak van 20 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:291) kan aan een algemeen verbindend voorschrift slechts verbindende kracht worden ontzegd indien de door de betrokken regelgever gemaakte keuzen strijdig moeten worden geacht met een hogere – algemeen verbindende – regeling dan wel indien met inachtneming van de beoordelingsvrijheid van de regelgever, en derhalve met terughoudendheid toetsend, geoordeeld moet worden dat het voorschrift een toetsing aan de algemene rechtsbeginselen niet kan doorstaan (exceptieve toetsing). Gelet op de aard van deze procedure ligt het verzoek om voorlopige voorziening bij ontkennende beantwoording van die vraag pas dan op die grond voor toewijzing gereed, wanneer die onverbindendheid als 'onmiskenbaar' zou moeten worden gekwalificeerd (vergelijk de uitspraak van de voorzieningenrechter van het College van 6 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:59).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/587be08952496e1834ae7e6548b66cdedc4988997e58c9af8be5f4a631f37824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 587be08952496e1834ae7e6548b66cdedc4988997e58c9af8be5f4a631f37824, en de alinea staat in dat document op bytes 14419 tot 15595.