Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Alinea 25 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:274.

3. Appellante kan zich met de aangevallen uitspraak niet verenigen en voert daartegen in hoger beroep negentien gronden – door appellante aangeduid als grieven – aan. Daarmee stelt zij - verkort en zakelijk weergegeven - de volgende punten ter discussie. Ten eerste heeft de rechtbank volgens appellante miskend dat de boeteoplegging aan appellante in strijd is met het lex certa-beginsel, omdat de concrete invulling van de normen die DNB aan de boeteoplegging ten grondslag heeft gelegd ten tijde van belang onvoldoende kenbaar was (grieven I en V). Ten tweede betwist appellante het oordeel van de rechtbank dat appellante haar handboeken niet op regelmatige basis heeft herzien en heeft getoetst aan nieuwe regelgeving, haar handboeken onvoldoende actueel heeft gehouden en niet inzichtelijk heeft gehouden welke specifieke integriteitsrisico’s zij loopt die samenhangen met haar activiteiten (grief II). Van het ontbreken van een systematische integriteitsrisicoanalyse waardoor appellante het risico heeft gelopen dat onvoldoende werd tegengegaan dat zij of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan waardoor het vertrouwen in appellante of in de financiële markten kan worden geschaad, is geen sprake (grief III). Ten derde meent appellante dat zij op grond van de contacten die zij in de voorgaande jaren met DNB heeft gehad erop mocht vertrouwen dat haar handboek kwalificeert als een systematische risicoanalyse als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Bpr, zodat DNB van boeteoplegging had dienen af te zien (grief IV). Ten vierde betwist appellante het oordeel van de rechtbank dat DNB ten aanzien van de naleving van artikel 10, zesde lid, van het Bpr terecht heeft geconstateerd dat niet is gebleken dat appellante de gemaakte systematische analyse van integriteitsrisico’s op continue basis beoordeelde en actualiseerde naar aanleiding van recente ontwikkelingen of wijzigingen in het risicoprofiel van haar onderneming (grief VI). Ten vijfde komt appellante op tegen het oordeel van de rechtbank dat uit de door DNB onderzochte cliëntdossiers is gebleken dat appellante bij de uitoefening van haar bedrijf de artikelen 3 en 16 van de Wwft overtrad (grieven VII tot en met XVI). Ten zesde keert appellante zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de beroepsgronden van appellante dat DNB had moeten afzien van een bestuurlijke boete omdat er na de aanwijzing geen aanleiding meer bestond voor bestraffend optreden en beboeting van appellante in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, falen (grief XVII). Ten zevende heeft de rechtbank volgens appellante miskend dat (de hoogte van) de boete onevenredig is (grief XVIII). Appellante concludeert ten slotte dat de rechtbank het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard (grief XIX).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0, en de alinea staat in dat document op bytes 11560 tot 14367.