Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Onder 8.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:274.

Het College stelt voorop dat artikel 10, zesde lid, van het Bpr aan appellante de verplichting oplegt om te beschikken over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf leiden tot een gepaste bijstelling. Daarvoor is naar het oordeel van het College niet voldoende dat appellante - zoals zij in hoger beroep betoogt - op incidentele basis maatregelen heeft getroffen naar aanleiding van een concreet en actueel risico waarmee zij al dan niet door een externe partij werd geconfronteerd. Uit die werkwijze wordt niet duidelijk dat appellante beschikte over procedures als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Bpr, die ertoe dienen dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken intern worden gerapporteerd teneinde tot een gepaste bijstelling van procedures en werkwijzen te komen. Nu appellante in hoger beroep niet nader uiteen heeft gezet en inzichtelijk heeft gemaakt dat zij over dergelijke procedures beschikte, kan het College niet anders dan concluderen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vaststelling van DNB dat appellante artikel 10, zesde lid, van het Bpr heeft overtreden juist is. Grief VI treft geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0, en de alinea staat in dat document op bytes 21746 tot 22983.