Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Onder 9.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:274.

Het College overweegt als volgt. DNB heeft bij appellante een onderzoek ter plaatse verricht. Uit de verslagen van dat onderzoek blijkt dat de namens DNB aanwezige toezichthouders appellante, althans haar werknemers, meerdere malen uitdrukkelijk erop hebben gewezen dat het doel van het onderzoek was per klant volledig na te gaan welke informatie voorhanden is bij appellante en dat zij zo volledig mogelijk dienden te worden geïnformeerd over de aanwezige informatie ten aanzien van de gevraagde klantdossiers. Daarbij hebben de toezichthouders erop gewezen dat zij hun conclusies op basis van de aanwezige informatie zullen vormen. Gelet daarop lag het naar het oordeel van het College op de weg van appellante om tijdens de controle ter plaatse aan DNB alle beschikbare en relevante informatie te tonen. DNB mag er dan ook in beginsel van uitgaan dat appellante aan haar alle beschikbare en relevante informatie per gevraagd klantdossier heeft getoond. Bij die stand van zaken heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het aan appellante is haar stelling aannemelijk te maken dat de door haar aan DNB toegestuurde stukken - waarvan DNB ten tijde van het onderzoek ter plaatse geen kennis heeft genomen - destijds wel reeds aanwezig waren. Nu appellante haar stelling niet nader heeft onderbouwd, is zij daarin naar het oordeel van het College niet geslaagd. Grieven VII en VIII slagen niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10e7739fad8c8f3ee4b5548ced74e59678005c7226903a1a360445e63ce42c0, en de alinea staat in dat document op bytes 24548 tot 25956.