Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017

Onder 3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:309.

[naam 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen consequenties heeft verbonden aan de omstandigheid dat AFM het eigen vermogen van [naam 1] in bestreden besluit I aanzienlijk lager heeft vastgesteld dan in primair besluit I. Nu het eigen vermogen van [naam 1] ook volgens AFM minder is dan € 500.000,--, had de boete – gelet op het door AFM gehanteerde boetebeleid – maximaal € 150.000,-- mogen bedragen in plaats van € 300.000,--. Volgens [naam 1] bestaat er voorts aanleiding de boete verder te verlagen. AFM heeft het eigen vermogen in bestreden besluit I ten onrechte met verscheidene posten gecorrigeerd, als gevolg waarvan dat eigen vermogen te gunstig is voorgesteld. Ook betoogt [naam 1] dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat zij haar activiteiten reeds in augustus 2013 heeft gestaakt en sindsdien geen enkele verdiencapaciteit meer heeft. Van een afbetalingsregeling kan daardoor geen sprake zijn. Evenmin had [naam 1] vanaf mei 2014 een bedrag kunnen reserveren, nog daargelaten dat het op dat moment alles behalve duidelijk was of kon zijn wat de hoogte van de boete zou worden. Bovendien heeft de rechtbank haar overwegingen ten onrechte gebaseerd op financiële gegevens over 2013 in plaats van op de gegevens over 2014, waaruit blijkt dat het ondernemingsvermogen verder is afgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a543f85eadee81fe52af0554b12d8e34afbf3fc781973c84b10206dcc78c194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a543f85eadee81fe52af0554b12d8e34afbf3fc781973c84b10206dcc78c194, en de alinea staat in dat document op bytes 23721 tot 25077.