Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017

Onder 4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:309.

Zoals ook volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:685, dient een bestuursorgaan, indien het bij het opleggen van een boete rekening houdt met de draagkracht van de overtreder, daarbij acht te slaan op diens financiële positie ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete. Wordt de beslissing van een bestuursorgaan over de hoogte van een boete aan het oordeel van de rechter onderworpen, dan dient deze zijn oordeel dienaangaande te vormen met inachtneming van de te zijnen overstaan aannemelijk geworden omstandigheden waarin de belanghebbende op dat moment verkeert, waaronder diens draagkracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a543f85eadee81fe52af0554b12d8e34afbf3fc781973c84b10206dcc78c194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a543f85eadee81fe52af0554b12d8e34afbf3fc781973c84b10206dcc78c194, en de alinea staat in dat document op bytes 27155 tot 27810.