Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017

Onder 5.5.2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:312.

Het College is van oordeel dat verweerders aannemelijk hebben gemaakt dat tussen appellanten en de individuele UberPOP-chauffeurs sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking bij het aanbieden en verrichten van taxivervoer in strijd met artikel 76, eerste lid, van de Wp2000 en dat de bijdrage van appellanten van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen van die overtreding te spreken. De door appellanten aangeboden dienst UberPOP is gericht op het koppelen van chauffeurs zonder vergunning aan passagiers. Nu het reeds ten tijde van de introductie van UberPOP in Nederland op grond van de Wp2000 verboden was om zonder vergunning taxivervoer te verrichten, is UberPOP van meet af aan gericht geweest op het overtreden van de Wp2000. Appellanten spelen daarin een wezenlijke rol en leveren daaraan, als gesteld door verweerders en hierna vermeld, een substantiële materiële en intellectuele bijdrage. Appellanten bepalen of een chauffeur die in het kader van UberPOP wil gaan rijden en de door hem gebruikte auto voldoen aan de door hen gestelde eisen. Zij geven UberPOP-chauffeurs toegang tot de Uber-app en verstrekken de chauffeurs in voorkomende gevallen een iPhone. Zij bemoeien zich actief met vraag en aanbod door de UberPOP-chauffeurs te adviseren in welke gebieden zij hun diensten, gelet op de actuele vraag daarnaar, op dat moment het beste kunnen aanbieden. Zij bepalen de tariefstelling door het geven van een adviesprijs, die in de praktijk meestal wordt gehanteerd. Zij bepalen de voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst tussen chauffeur en klant, waaronder de voorwaarde over de wijze waarop de ritprijs wordt berekend en de wijze waarop de betaling door de klant moet plaatsvinden. Appellanten ontvangen een vast percentage van de door de klant betaalde ritprijs. Hoe meer ritten er in het kader van UberPOP worden gereden, des te meer betalingen appellanten daarvoor ontvangen. Uit het vorenstaande blijkt dat de bedrijfsmatige activiteiten van appellanten in het kader van UberPOP, anders dan zij stellen, niet alleen zijn gericht op het bieden van technologie en het faciliteren van het op één plaats samenkomen van vraag en aanbod, maar ook op het feitelijk vervoeren van personen tegen betaling aan de chauffeur én aan appellanten. Al deze gedragingen van appellanten bij elkaar en in onderling verband bezien leiden het College tot het oordeel dat appellanten - als medeplegers van de overtredingen van de in de besluiten vermelde chauffeurs - artikel 76, eerste lid, van de Wp2000 hebben overtreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47300b132ba86356e76cd1bb59142dbe4224484cb2f4d7578c5434a2a001899d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47300b132ba86356e76cd1bb59142dbe4224484cb2f4d7578c5434a2a001899d, en de alinea staat in dat document op bytes 37454 tot 40031.