Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017

Onder 5.7.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:312.

Appellanten beschouwen de lasten I en II als een ongeoorloofd inmenging in en inbreuk op hun eigendomsrecht, omdat was te verwachten dat de vergunningplicht van artikel 76, eerste lid, van de Wp2000 zou vervallen waarmee de lasten disproportioneel waren. Het College volgt appellanten hierin niet. Zoals hiervoor onder 5.6.1 vermeld, vindt de stelling dat de vergunningplicht afliep geen steun in de feitelijke situatie zoals die destijds was en ook thans nog is. Uit 5.6.1 volgt verder dat het vergunningvereiste van belang is voor het waken over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van het taxivervoer. Zelfs als zou moeten worden geoordeeld dat sprake is van de door appellanten gestelde inbreuk op hun eigendomsrecht, het College laat dat uitdrukkelijk in het midden, dan is deze gerechtvaardigd en niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol. Het College in dit verband hetgeen de voorzieningenrechter in zijn uitspraak 8 december 2014 onder 5.7.1 en 5.8.2 heeft overwogen. Beroepsgrond E faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47300b132ba86356e76cd1bb59142dbe4224484cb2f4d7578c5434a2a001899d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47300b132ba86356e76cd1bb59142dbe4224484cb2f4d7578c5434a2a001899d, en de alinea staat in dat document op bytes 46425 tot 47447.