Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Onder 8.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:326.

Het College stelt bij de beoordeling van deze hogerberoepsgrond voorop dat, anders dan AFM betoogt, de in artikel 1, derde lid, van de Colportagewet neergelegde uitzondering op de toepassing van artikel 1, eerste lid, onder d, van de Colportagewet tevens betekenis heeft voor de toepassing van artikel 6 van de Colportagewet. In laatstgenoemd artikel komt weliswaar het begrip colporteur niet voor, maar voor het College valt, gezien het doel en de strekking van het daarin vervatte colportageverbod, niet in te zien waarom de wetgever dit verbod voor zogenaamde geldkredietcolporteurs niet op gelijke wijze heeft willen beperken, namelijk door van het begrip ‘persoonlijk bezoek’ uit te sluiten het persoonlijk bezoek dat in overwegende mate voortvloeit uit een initiatief van degene die wordt bezocht. Dat de wetgever zulks kennelijk heeft beoogd leidt het College mede af uit het huidige artikel 6:230z van het BW, waarin de norm van artikel 6 van de Colportagewet thans is opgenomen en waarin genoemde uitzondering expliciet is opgenomen. Daarbij is in de memorie van toelichting (Kamerstukken 2012-2013, 33 520, nr. 3, p. 55) gesteld dat daarmee geen inhoudelijke wijziging is beoogd ten opzichte van de Colportagewet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5, en de alinea staat in dat document op bytes 64531 tot 65771.