Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Onder 4.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:326.

Ten aanzien van de gestelde onrechtmatigheden tijdens het onderzoek ter plaatse op 6 april 2012 overweegt het College dat [naam 1] daardoor niet in haar verdedigingsbelang is geschaad. AFM heeft de onrechtmatige wijze waarop haar toezichthouders tijdens dat onderzoek informatie hebben vergaard, door zonder toestemming een kast en een aantal bureaulades te openen en prullenbakken en papierbakken te doorzoeken, erkend en heeft daarom de bevindingen tijdens dat onderzoek ter plaatse en de op die datum gekopieerde dossiers uitgesloten van het gebruik ter onderbouwing van de in de onderzoeksrapporten geconstateerde overtredingen en deze informatie ook anderszins niet ten grondslag gelegd aan de boetebesluiten en bestreden besluiten. Het College ziet in de processtukken geen aanleiding voor het oordeel dat deze onrechtmatigheden getuigen van vooringenomenheid aan de zijde van AFM en acht deze onrechtmatigheden ook overigens niet dermate ernstig dat daardoor het gehele onderzoek van AFM dat heeft geresulteerd in het opleggen van de boetebesluiten, als onrechtmatig moet worden beschouwd. In zoverre bestaat voor vernietiging van de bestreden besluiten en herroeping van de boetebesluiten geen grond. De omstandigheid dat de toezichthouders van AFM tijdens het onderzoek ter plaatse aan medewerkers van [naam 1] en [naam 2] hebben gevraagd naar de kantine te gaan en zich daar beschikbaar te houden voor een eventueel gesprek met de toezichthouders, leidt het College niet tot een ander oordeel, reeds omdat het College, met de rechtbank, van oordeel is dat de toezichthouders door dat verzoek niet buiten de kaders van hun bevoegdheden zijn getreden. Het College overweegt in dat verband dat deze handelwijze van de toezichthouders voldoende rechtvaardiging vindt in (i) de inhoud van het signaal dat de aanleiding vormde voor het onaangekondigde onderzoek ter plaatse, waardoor bij AFM de gerechtvaardigde vrees bestond dat documenten werden vernietigd, (ii) de omstandigheid dat de aanwezige leidinggevende van [naam 1] en [naam 2] bij de start van het onderzoek verklaarde dat geen fysieke dossiers aanwezig waren en (iii) de omstandigheid dat de toezichthouders geen zicht hadden op de activiteiten van de medewerkers gedurende het onderzoek ter plaatse, omdat zij verspreid over drie verdiepingen werkzaamheden verrichtten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5, en de alinea staat in dat document op bytes 32737 tot 35087.