Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:326.

AFM benadrukt dat het in rekening brengen van een vergoeding voor advies- of bemiddelingswerkzaamheden in verband met bijverzekeringen ten tijde van de boeteperiode - anders dan voor dienstverlening in verband met consumptieve kredieten - was toegestaan. AFM verwijt [naam 1] en [naam 2] echter dat de door hen in rekening gebrachte verrichtingenvergoeding feitelijk niet op dienstverlening in verband met bijverzekeringen zag, maar op werkzaamheden in verband met het krediet. Dat is volgens AFM nu juist wat artikel 4:74, eerste lid, van de Wft verbiedt. [naam 1] en [naam 2] hebben hun klanten een verkapte beloning voor kredieten in rekening gebracht door consumenten niet adequaat te informeren en hun niet een bewuste keuze te laten voor het adviestraject in verband met bijverzekeringen. Tevens wijst AFM erop dat de hoogte van de verrichtingenvergoeding gedurende een gedeelte van de boeteperiode afhankelijk is gemaakt van de hoogte van het verleende krediet en dat in alle gevallen het in rekening brengen van de vergoeding afhankelijk was van het verkrijgen van het krediet, niet van het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5, en de alinea staat in dat document op bytes 52822 tot 53976.