Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Onder 7.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:326.

Naar het oordeel van het College heeft AFM terecht vastgesteld dat [naam 1] en [naam 2] artikel 8.8 van de Whc hebben overtreden. Het College overweegt daartoe het volgende. Hoewel [naam 1] en [naam 2] in de aan consumenten verstrekte dienstenwijzer een onderscheid hebben gemaakt tussen de dienstverlening ter zake van krediet en de dienstverlening ter zake van bijverzekeringen en zij daarbij hebben vermeld dat in verband met de dienstverlening ter zake van bijverzekeringen de verrichtingenvergoeding is verschuldigd, valt voor het College, anders dan [naam 1] betoogt, uit die dienstenwijzer niet af te leiden dat [naam 1] en [naam 2] in alle gevallen ook adviseren over bijverzekeringen. De gemiddelde consument heeft derhalve uit de dienstenwijzer niet kunnen afleiden dat [naam 1] en [naam 2] altijd de verrichtingenvergoeding in rekening zouden brengen voor verleende adviesdiensten ter zake van bijverzekeringen indien de consument door hun bemiddeling een kredietovereenkomst zou sluiten. Gesteld noch gebleken is dat [naam 1] en [naam 2] op een andere, duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze consumenten hebben geïnformeerd dat hun dienstverlening altijd ook betrekking had op bijverzekeringen en dat daarom altijd een verrichtingenvergoeding in rekening werd gebracht. Het niet verstrekken van deze essentiële informatie heeft tot gevolg dat de gemiddelde consument niet een geïnformeerd besluit heeft kunnen nemen om al dan niet van de dienstverlening van [naam 1] en [naam 2] gebruik te maken. Daardoor heeft die consument mogelijk een besluit genomen dat hij anders niet zou hebben genomen. In zoverre is sprake van een misleidende omissie als bedoeld in artikel 6:193d, tweede lid, van het BW. Reeds daarom is naar het oordeel van het College sprake van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b van het BW. Daarmee staat vast dat [naam 1] en [naam 2] artikel 8.8 van de Whc hebben overtreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c666e75f7a2d68ea3989873289977c63c33d672294180b968756ceb803f660a5, en de alinea staat in dat document op bytes 60996 tot 62953.