Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017
Onder 7.2.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343.
[adres 3] , het [terrein] en [adres 2] (achter de sporthal) daarbij ook in aanmerking zouden moeten worden genomen. Als vaststaand kan daarom worden aangenomen dat appellant op de terreinen waarover het in dit geschil thans nog gaat, te weten de terreinen aan [adres 2] langs de [snelweg] te [plaats 2] , aan de [adres 4] te [plaats 4] en aan de [adres 5] te [plaats 4] , mest heeft uitgereden. Vervolgens is de vraag aan de orde of de staatssecretaris bij de beoordeling of er sprake was van overschrijding van de verschillende gebruiksnormen terecht tot de conclusie is gekomen dat de gebruiksnorm dierlijke meststoffen met 8.519 kg stikstof, de stikstofgebruiksnorm met 3.438 kg stikstof en de fosfaatgebruiksnorm met 5.582 kg fosfaat is overschreden. Bij de beantwoording van die vraag is in de eerste plaats van belang of de aanvoer van mest, waarvan dan vervolgens, bij gebrek aan, kortweg, in een andere richting wijzende gegevens, moet worden aangenomen dat die mest door appellant over laatstbedoelde drie terreinen is uitgereden, steun vindt in de gegevens waarover de staatssecretaris bij de boeteoplegging beschikte en die door hem in aanmerking mochten worden genomen. Uit hetgeen blijkt uit de – niet van het bewijs uitgesloten – stukken en uit hetgeen appellant zelf heeft verklaard nadat hem de cautie was gegeven, volgt dat aan appellant in 2009 acht vrachten mest zijn geleverd. Ook de twee vrachten die aanvankelijk, beweerdelijk, in 2009 aan [naam 14] , een zuster van appellant, zouden zijn geleverd zijn, naar appellant zelf heeft verklaard, in werkelijkheid aan appellant zelf geleverd. Datzelfde geldt voor de tien vrachten mest die beweerdelijk, aan [naam 9] , de vader van appellant, zouden zijn geleverd, maar die, naar op grond van de verklaring van de vader van appellant moet worden aangenomen, in werkelijkheid aan appellant zijn geleverd. Het College is met de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van appellant van 27 december 2010 en van 11 februari 2011 evenals de verklaringen van de overige personen die door de toezichthouder zijn verhoord niet buiten beschouwing behoeven te blijven, nu deze verklaringen de volledige inhoud bevatten van wat tijdens de verschillende gesprekken aan de orde is geweest. Die verklaringen hebben betrekking op de laatste 20 vrachten mest zoals vervat in een tot de gedingstukken behorend Excelbestand van de toezichthouder. De staatssecretaris heeft bij de beslissing op bezwaar evenwel vastgesteld dat de, van die laatste 20 vrachten deel uitmakende, vrachten mest met de VDM-nummers [… 2] en 105949302 alsnog niet zijn meegerekend bij de aanvoer van de dierlijke meststoffen. Daarvan uitgaande en vaststellende dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt, door middel van zijn mestboekhouding dan wel anderszins, dat de aangevoerde mest is afgevoerd dan wel is opgeslagen, is de staatssecretaris terecht ervan uitgegaan dat deze 18 vrachten mest op of in de bodem zijn gebracht van de tot het bedrijf van appellant behorende landbouwgrond. Appellant heeft geen enkel gegeven aangedragen waaruit zou kunnen blijken dat de staatssecretaris daarbij van kleinere hoeveelheden stikstof en fosfaat had moeten uitgaan dan hij heeft gedaan. In zoverre faalt het door appellant ten aanzien van deze 18 vrachten mest ter bestrijding van de aangevallen uitspraak ontwikkelde betoog. Aan de boeteberekening liggen evenwel 37 aan appellant afgeleverde – en door hem vervolgens over zijn percelen uitgereden – vrachten mest ten grondslag. De resterende 17 vrachten (dat wil zeggen de eerste 17 vrachten mest zoals vervat in het vorengenoemde Excelbestand) betreffen de leveranties aan de ondernemers, waarvan appellant tijdens het verhoor op 30 september 2010 heeft verklaard dat die nooit aan die ondernemers zijn afgeleverd. Die verklaring wordt hier, zoals hiervoor is overwogen, evenwel buiten beschouwing gelaten. Dat betekent dat moet worden nagegaan of uit de resterende gedingstukken kan worden geconcludeerd dat deze leveranties niet aan die ondernemers, maar in werkelijkheid aan appellant hebben plaatsgevonden. Nadat aan appellant de cautie was gegeven heeft hij op dit punt geen verklaringen meer afgelegd. Op dat punt zijn er slechts de in het rapport van bevindingen neergelegde verklaringen van ondernemers die, op een na, ontkennen van appellant mest te hebben ontvangen, onderscheidenlijk dat appellant mest in containers had opgeslagen. Het College acht die verklaringen op zichzelf niet toereikend om aangetoond te achten dat appellant ten aanzien van de resterende 17 vrachten de overtreding van artikel 7, in samenhang met artikel 8, van de Msw heeft begaan, nu die overtreding immers ziet op het verbod om “op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen”. Met name ontbreken in het dossier bescheiden (bijvoorbeeld satellietfoto’s) waarop, naar aanleiding van GPS-meldingen, door middel van stippen de lossing van de hier aan de orde zijnde 17 vrachten op de desbetreffende percelen van appellant kan worden aangetoond. Ook overigens bevat het dossier geen stukken waarop die conclusie kan worden gebaseerd. Het hiervoor aangeduide door de toezichthouder opgestelde Excelbestand is daarvoor niet toereikend, nu dit goeddeels voortbouwt op niet tot de gedingstukken behorende gegevens. Dat betekent dat het door appellant op dit punt tegen de aangevallen uitspraak aangevoerde betoog in zoverre slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a, en de alinea staat in dat document op bytes 68601 tot 74040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a | shasum -a 256