Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017
Onder 1.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343.
In bezwaar heeft appellant in de eerste plaats, onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van na te noemen artikelen, aangevoerd dat de staatssecretaris niet bevoegd was hem de gewraakte boete op te leggen omdat de gestelde overtreding, in strijd met het bepaalde in artikel 55 van de Msw en artikel 5:44 van de Awb, niet eerst aan het Openbaar Ministerie (OM) is voorgelegd. In het, in samenwerking tussen het OM en de minister van (destijds) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 9 december 2005 vastgestelde, Handhavingsdocument Meststoffen 2006-2009 (verder: het handhavingsdocument) is uiteengezet in welke gevallen bestuursrechtelijke en in welke gevallen strafrechtelijke handhaving is aangewezen. Volgens de in dat document neergelegde criteria zou voor de aan appellant verweten overtreding zonder meer strafrechtelijke handhaving zijn aangewezen. Nu het OM nooit te kennen heeft gegeven van strafvervolging af te zien en daartoe ook nooit in de gelegenheid is gesteld, bestond niet de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen. Voorts is appellant tijdens het bezoek van de toezichthoudende ambtenaar van de AID op 30 september 2010, in strijd met het bepaalde in artikel 5:10a van de Awb, niet gewezen op zijn zwijgrecht. Aangezien het onderzoek zich richtte op feiten uit het verleden, kan niet worden gezegd dat enkel sprake was van een controle op de naleving. Hierdoor is appellant in ernstige mate in zijn verdediging geschaad. Voorts biedt het AID-rapport onvoldoende grondslag voor het bewijs van de overtredingen. Daartoe is van belang dat van alle verklaringen van zowel appellant zelf als derden slechts een zakelijke weergave in het rapport is opgenomen. Op grond van artikel 5:49 van de Awb dient ten minste inzage te worden verleend in alle stukken die relevant zijn voor de besluitvorming over de bestuurlijke boete. Daarnaast kan uit het rapport niet volgen dat appellant de gebruiksnormen met de daar opgenomen hoeveelheden heeft overschreden. De staatssecretaris is uitgegaan van het uitrijden van mest op 5,2 ha grond – te weten grond aan [adres 2] langs de [snelweg] te [plaats 2] , aan de [adres 4] te [plaats 4] en aan de [adres 5] te [plaats 4] – terwijl de verklaringen van appellant inhouden dat hij de mest op meerdere stukken land heeft uitgereden, te weten het terrein aan de [adres 3] te [plaats 3] , het [terrein] te [plaats 2] en [adres 2] te [plaats 2] (achter de sporthal). Daarover heeft de gemachtigde van appellant ten tijde van de hoorzitting naar aanleiding van het ingediende bezwaar, nadat aan de indiener van het bezwaar te kennen was gegeven dat hij niet verplicht was een verklaring omtrent de verweten overtreding af te leggen, blijkens het van die hoorzitting en tot de gedingstukken behorende verslag, onder meer het volgende verklaard:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a, en de alinea staat in dat document op bytes 30507 tot 33342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a | shasum -a 256